Inclusie vraagt veldwerk

 

Als fervent “Blauwbloed” kijker, het zal de leeftijd wel zijn, werd ik aangenaam verrast over de voortvarendheid van Maxima in Washington.

Ze sprak daar met vertegenwoordigers van de Wereldbank over de mogelijkheden van “inclusieve financiering”. Alleen al het woord “inclusieve” triggerde mij. Inclusief wil zeggen dat alles (en iedereen) inbegrepen is. In eerste instantie focuste Maxima zich vooral op de microkredieten voor vrouwen. Maar nu wordt het breder getrokken, inclusieve financiering is financiering voor iedereen. Hoe sterk maak je het dan! Als speciaal pleitbezorgster van de Verenigde Naties pleit ze al jaren voor de mogelijkheid dat alle vrouwen op de wereld toegang moeten hebben tot financiële diensten.

In Washington nam ze nu het Global Findex overzicht in ontvangst. Dat is een boekje dat door de Wereldbank en het IMF eens in de 3 jaar uitgegeven wordt met een overzicht van de toegang tot financiële diensten in meer dan 140 landen. Maxima zei blij te zijn de projecten vaak zelf te kunnen bezoeken. Ze noemde daarbij het “veldwerk” dat zo belangrijk is. Maxima verwoordde het zo: Wat je soms krijgt aan papierwerk en van mensen hoort uit de hoofdstad is wel degelijk anders dan wat er eigenlijk gebeurt in het “veld”, daar hoor je echt wat de moeilijkheden zijn. En dat is ook precies wat een corporate antropoloog doet.

Het “het erbij” zijn is dus zo belangrijk, je krijgt op die manier ook de gelegenheid om zelf mee te doen en te ervaren hoe mensen van binnenuit naar zichzelf kijken. Als corporate antropoloog kijk je bij “veldwerk” zowel van buitenaf en van binnenuit naar een bedrijf of instelling. Dat maakt het zo bijzonder informatief. Alleen kijken, volledig open en zonder interpretaties. Hiermee krijg je veel wijsheid over de degenen die er middenin zitten.

Deze week dus een prachtig pleidooi voor “veldwerk” van onze koningin!